‘Law is a profession of words’ zei David Mellinkoff. Het recht bestaat namelijk in en door taal. Taal is onvermijdelijk. Want woorden maken contracten en brengen wetten en andere regelgeving tot leven. Die moeten juristen, advocaten en magistraten vervolgens in hun eigen woorden toepassen. Een jurist heeft alleen taal als tool om problemen op te lossen.
Nochtans is die taal vaak ambigu, onzeker en onduidelijk. Dat blijkt uit verschillende cijfers.
Volgens een online bevraging in 2016 ervaart 86% van de burgers de juridische taal als niet duidelijk genoeg. Opvallend is dat personen die al in aanraking kwamen met justitie vaker aangaven het recht onduidelijk te vinden dan mensen die nog geen ervaring hebben met justitie. Daarnaast gaf 68,8% van de advocaten en bedrijfsjuristen aan dat ze de juridische taal onvoldoende duidelijk vinden. Nog gekker, ongeveer 66% van de magistraten vindt de juridische taal te onduidelijk.[1]
Uit de justitiebarometer van 2024 blijkt dat maar liefst 66% van de Belgen juridische taalniet duidelijk genoeg vindt.[2]
De juridische taal is niet duidelijk genoeg. Dat wil niet zeggen dat ze altijd onduidelijk is, maar wel dat er ruimte is voor verbetering.
Velen schrikken van deze cijfers. Want we leven in een democratische samenleving:
Maar wat als je de wet niet begrijpt?
De juridische taal lijkt niet mee geëvolueerd met onze samenleving en al helemaal niet in vergelijking tot de standaardtaal. Het kan niet anders dan dat de juridische taal ver staat van de burger.
Stilaan komt er een inhaalbeweging. Want meer en meer vindt klare taal ingang in de juridische wereld.
Zo ontstond in 2018 het Project Kruid van de Hoge Raad voor de Justitie.[3] Het project schenkt aandacht aan toegankelijke en begrijpelijke juridische taal. Alle juridische professionals binnen en buiten justitie moeten permanent bezig zijn met klare juridische taal. In het project licht de Hoge Raad het belang van klare taal toe en doet ze aanbevelingen aan de verschillende beroepsgroepen en instellingen, zo ook bijvoorbeeld een aanbeveling aan de Balie: “Organiseer activiteiten die de juridische professionals bewust maken van de noodzaak om toegankelijker te communiceren.”
Afgelopen zomer verscheen er nog een artikel over de juridische taal in De Tijd, evenwel in de rubriek De prullenmand. “Wie het goed meent met de rechtstaat en de cruciale rol van juristen daarin, moet bereid zijn het juristentaaltje in de prullenmand te kieperen”, schreef de advocaat.[4]
Niet alleen bij ons is er aandacht voor heldere taal. Zo is er in de Verenigde Staten een Plain Writing Act en in Nieuw-Zeeland een Plain Language Act. Deze leggen overheden op om begrijpbare en bruikbare taal te hanteren in hun communicatie met burgers.
In Noorwegen was er een project waar verschillende ministeries en belanghebbende overheidsdiensten enkele basiswetten herschreven in klare taal. Dit gebeurde nadat de projectgroep verschillende burgers had ondervraagd over de moeilijkheden die ze ervaren bij het lezen van zo’n wet.[5]
Plain language, clear writing, heldere taal of begrijpelijke taal, het zijn allemaal synoniemen voor klare taal. Klare taal mogen we niet verwarren met kleutertaal.
Vaak, wanneer we het over klare taal hebben, wordt gedacht aan het aanpassen van de taal aan de kwetsbare rechtzoekenden. Vanzelfsprekend moeten we daar aandacht voor hebben. Maar klare taal is ruimer dan ons aanpassen aan de kwetsbare rechtzoekende. Klare taal is een taal afgestemd op je lezer. Het is gepast communiceren.
Klare taal is ook meer dan alleen schrijven op B1-niveau. Vaak wordt er beargumenteerd dat klare taal steeds B1-niveau is. Maar die niveaus zeggen eigenlijk niets over de duidelijkheid van teksten. De verschillende niveaus gaan wel over de taalbeheersing van een taal die niet de moedertaal is. Dus als we een taal leren, dan bestaan er verschillende niveaus om onze taalbeheersing te meten. A1 is het laagste niveau en C2 is het hoogste niveau. Bijvoorbeeld, in het middelbaar leren we Frans en Engels op B1-niveau.
Als we de vergelijking maken, dan zitten juristen op het C2-niveau. Dat niveau heeft 5% van de bevolking onder de knie. 80% van de bevolking zit op het B1-niveau. Het B1-niveau kan een idee geven, maar het zegt niet alles over klare taal.
Klare taal is ook meer dan schrijven zonder spellingsfouten en grammaticale fouten. Klare taal is ervoor zorgen dat de lezer zo snel mogelijk de relevante inhoud van de tekst leest, begrijpt en onthoudt.
Met klare taal maak je het de lezer zo gemakkelijk mogelijk om de tekst te lezen. Net om die reden hebben niet alleen leken graag klare taal, maar ook juridische professionals. Iedereen houdt van makkelijk en efficiënt.
Rechters in Canada vragen duidelijkere en kortere beslissingen in eerste aanleg. Zodat het beroep vlotter kan verlopen. In Nederland hebben processtukken zoals conclusies een beperking in pagina’s. In België is dat nog niet het geval. Maar de Raad van State gaf wel al eens kritiek op de lengte van een verzoekschrift.[6] Vooraf aan de beoordeling, schrijft de Raad van State in het arrest: ‘wie grootse dingen wil, moet zich beheersen. In de beperking toont zich pas de meester.’ De Raad van State gaf daarmee kritiek op de vele herhalingen en de nodeloze uiteenzettingen van de verzoekster. Wat op 20 bladzijden stond, kon eigenlijk op 1.
Schrijf alleen de essentie. Draai minder rond de pot. Vermijd onnodige woorden en herhalingen. Net dat is wat die beperking in pagina’s moet stimuleren en dat is ook een kenmerk van klare taal. Toch is het een misverstand dat klare taal altijd korter is.
Ondanks de belangstelling voor klare taal, is het in de praktijk een uitdaging om klare taal en juridische taal te verzoenen. Daar zijn enkele hypotheses voor, die wel nog niet bewezen zijn door een wetenschappelijk onderzoek.
De eerste hypothese is de juridische vanzelfsprekendheid. Advocaten zouden niet goed kunnen inschatten waar de juridische kennis van de andere stopt. Vaak realiseren ze zich niet dat ze in juridische taal schrijven. Het is een macht der gewoonte. Want advocaten leren het tijdens hun opleiding en stage.
De tweede hypothese is de copy-paste hypothese. Sommige advocaten gebruiken materialen die al jaren bestaan. Ze kopiëren en plakken stukken in andere documenten. Dat is snel en gemakkelijk, want ze vrezen geen tijd te hebben voor klare taal. Of zo denken ze fouten te vermijden. Maar misschien twijfelen ze gewoon teveel aan hun eigen vaardigheden. Want de meeste advocaten hebben de kunst van het spreken beter onder de knie dan de kunst van het schrijven.
Ten derde twijfelen advocaten aan de juridische precisie van klare taal. Of geven ze de wetgever graag de schuld. Want de wet is complex en bevat vele nuances. Die kunnen ze niet omzetten in een eenvoudigere taal.
Het kan niet ontkend worden dat de wet effectief complex is. Want de wet moet namelijk alle mogelijke situaties voorzien. Daarnaast is er weinig aandacht voor de kwaliteit van rechtsregels. Een complexe rechtsregel is daarom naast juridisch complex, ook taalkundig complex door eindeloze zinnen, onsamenhangende structuren en een gebrek aan uniformiteit. Maar taal moet niet onnodig complex zijn. Schrijf zo eenvoudig mogelijk als de complexiteit van de regels toelaat. Want een ingewikkelde juridische zin is helaas geen garantie voor precisie of juridische correctheid.
Klare taal wil niet zeggen dat we nuance aan de kant moeten schuiven, maar dat we nuance op een heldere manier moeten kunnen uitleggen.
Ten vierde is de juridische taal beïnvloed doordat advocaten al denkend schrijven. Meteen beginnen ze te schrijven, terwijl ze tijdens het schrijven nog aan het nadenken zijn over het antwoord. Schrijven is een denkproces. Daardoor is de tekst opgebouwd als een trechter: veel info aan het begin, om vervolgens de analyse neer te schrijven tot een conclusie. Voor de schrijver is dat heel logisch, maar de lezer kan die logica niet altijd volgen.
De vijfde en laatste hypothese is de statushypothese. Complexe taal brengt een soort status met zich mee. Misschien is het eerder andersom, status zorgt voor onnodig complexe taal. Maar Meester Hofströssler bevestigt: “geloof niet dat complexe teksten intelligent overkomen”. Want onnodig complex communiceren, vergroot de kennisongelijkheid en zorgt voor een grote afstand.
Voornoemde hypotheses mogen klare taal niet in de weg blijven staan. We mogen klare taal niet blijven negeren omdat de wetgeving complex is. Want klare taal heeft verschillende troeven.
Ten eerste is klare taal efficiënt. In het begin vraagt het meer tijd, maar op langere termijn vermijd je verwarring, misverstanden, onnodige telefoontjes, mails en klachten. Met klare taal kan je snel een boodschap overbrengen en kan je lezer die sneller begrijpen. Dat leidt tot meer transparantie, voorspelbaarheid en rechtszekerheid.
Ten tweede, met klare taal kan je je vakkennis etaleren. Wie zelf iets echt begrijpt, kan het eenvoudiger uitleggen. Wie onzeker is, valt terug op bestaand materiaal. Zoals de Hoge Raad voor de Justitie het mooi verwoordt: “Het getuigt van grondig juridisch inzicht, openheid en respect voor je gesprekspartner wanneer men moeite doet om geleerde begrippen eenvoudiger te verwoorden”.[7]
Er is een onderzoek van de Universiteit van Princeton dat bevestigt dat een tekst in klare taal intelligenter overkomt.[8] Een testgroep las 2 teksten: een tekst in de gewoonlijke juridische taal en een tekst in klare taal. Nadien vroegen de onderzoekers aan de testgroep welke tekst het meest intelligent overkwam. Het resultaat: de tekst in heldere taal werd aangeduid als de meest intelligente.
Ten derde weerspiegelt klare taal een goede dienstverlening. Het is een kwaliteitskenmerk als we met taal de boodschap echt tot bij de cliënt kunnen brengen. Als de cliënt het juridische advies niet heeft begrepen, dan is de taak van de advocaat niet voldaan.
Ten vierde versterkt begrijpelijke rechtstaal het maatschappelijk draagvlak voor het rechtssysteem.[9] Klare juridische taal kan zorgen voor meer vertrouwen in justitie. Want wie iets niet verstaat of kan begrijpen, dreigt zich daarvan af te keren en heeft minder vertrouwen.[10]
Tot slot is een duidelijke taal een plicht van advocaten. Zoals Luc De Cleir het verwoordde: “De rechtsstaat is een verantwoordelijkheid die advocaten elke dag moeten opnemen. Burgers grondig informeren over de werking van justitie hoort daar bij”.[11]
Ook het Grondwettelijk Hof gaf in een recent arrest aan dat van een advocaat mag worden verwacht dat die steeds de nodige aandacht heeft voor begrijpelijke taal in de communicatie met een consument.[12]
Daarom moeten we afkicken van onze vertrouwde schrijfstijl.
Verschillende elementen kenmerken de vertrouwde juridische schrijfstijl. De volgende alinea’s sommen de elementen op die aangepast kunnen worden zonder aan juridische precisie te verliezen.[13]
Vakjargon gebruiken, is onvermijdelijk. Elke professionele context kent vaktaal. Denk bijvoorbeeld aan de medische wereld. Vaktaal is zelfs zeer handig. Tenminste als je lezer het vakjargon ook kent. Want vakjargon sluit leken automatisch uit. Kent de lezer het vakjargon niet? Leg het dan uit. Dat komt de juridische precisie alleen maar ten goede.
Latijnse termen en ouderwetse woorden staan vaak in juridische teksten. Denk aan ‘de dato’, ‘onverminderd’ en ‘niettegenstaande’. Vaak zijn die woorden niet gekend bij de lezer of ervaart de lezer ze als moeilijk. Zorg voor een alledaags synoniem.
Zo schreef Gonnie Put: “gebruik geen woorden die je niet op café zou gebruiken”.[14]
Zinnen in juridische teksten zijn lang en staan vol tangconstructies. Dat komt door het denkend schrijven en de angst om onvolledig te zijn. Tangconstructies zijn zinsdelen die grammaticaal bij elkaar horen die ver van elkaar staan doordat er andere woorden tussen staan. De zinnen krijgen daarom de vorm van een ui: een zin in een zin in een zin.
Voor een jurist zijn zinnen van meer dan 100 woorden geen uitzonderling. Volgens onderzoek is een zin met meer dan 25 woorden echter al moeilijk om te begrijpen.[15]
Bouw zinnen liever op in een knoflookvorm: een zin, dan nog een zin en dan nog een zin. Allemaal naast elkaar in plaats van ingesloten in elkaar. Zo moet de lezer zich niet eerst bezig houden met de zinsontleding en de zin meerdere malen lezen, maar kan hij meteen focussen op de inhoud.
In een juridische zin staat de kern vaak ergens in het midden of op het einde van de zin. Eerst staat heel wat onbelangrijke informatie, tenminste onbelangrijk voor de lezer. Dat noemt de lange aanloop. Zet de kern vooraan in je zin. Zo weet je lezer meteen waar het over gaat.
De nood voor nuances brengt ontkenningen met zich mee, soms zelfs dubbele ontkenningen. Dat zorgt al eens voor verwarring omdat de tekst al lange zinnen heeft en een complexe materie behandelt.
Een voorbeeld van zo’n ontkenning is: het contract is niet geldig zonder handtekening. Of eenvoudiger: het contract is alleen geldig met handtekening.
Toch is het soms wat moeilijker om de ontkenning zomaar weg te werken. Denk bijvoorbeeld aan niet onjuist of niet onredelijk. Dat wordt dan juist of redelijk. Maar in de juridische taal kennen deze begrippen vaak een nuanceverschil. Dus sommige dubbele negaties laten we toch beter staan.
Scan een juridische tekst eens op het werkwoord ‘worden’. Je komt het ongetwijfeld een paar keer tegen. Met een passieve schrijfstijl blijft verborgen wie wat doet. Als je de zin actief schrijft, dan wordt meteen duidelijk wie wat doet. En dit kan alleen maar bijdragen aan juridische precisie, net omdat veel duidelijker is wie de actor is.
Van een werkwoord maken we een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld:
Een onderzoek doen | Onderzoeken |
Een vaststelling doen | Vaststellen |
Het nemen van een beslissing | Beslissen |
Het vergoeden | Vergoeden |
De voorzetsels ‘ten aanzien van’, ‘omwille van’ of ‘met betrekking tot’ die in elke juridische tekst te vinden zijn, veroorzaken de naamwoordstijl. De naamwoordstijl volgt deze voorzetsels steeds. Nochtans laten we het werkwoord beter werken, want een tekst met veel actieve werkwoorden is makkelijker om te onthouden.
Klare taal gaat ook over bladschikking en structuur. Enkele tips zijn zeker gekend, bijvoorbeeld:
Waarom? Dat maakt je tekst leesbaarder en overzichtelijker.
Nog een stap verder dan bladschikking en structuur is beeld. Klare taal en beeld horen samen. Een afbeelding, schema of tijdslijn maken het de lezer makkelijker om de tekst te begrijpen. Een Zweedse rechter gebruikte in zijn uitspraak eens een tijdlijn. Op die manier wil de rechter zijn beslissing visueel toelichten.
Bovenstaande kenmerken durven ook al eens in mondelinge communicatie sijpelen. Klare taal gaat daarom niet alleen over schriftelijke taal, maar ook over mondelinge communicatie.
Mondelinge communicatie heeft 2 struikelblokken. Ten eerste bestaat mondelinge communicatie voor een groot deel uit non-verbale communicatie. Ten tweede gaat een deel van onze communicatie verloren.
Volgens psychologieprofessor Albert Mehrabian bestaat mondelinge communicatie uit 38% intonatie en 55% lichaamstaal. Dat wil zeggen dat 93% van de mondelinge communicatie non-verbaal is. Slechts 7% bestaat uit verbale communicatie, dat zijn de woorden en de argumentatie. Anderen geven aan dat het onderzoek van Albert Mehrabian incorrect is. Zo zou maar 33% non-verbaal zijn.
In ieder geval geef je best wat aandacht aan je non-verbale communicatie. Want je gesprekspartner doet dat ook. Denk aan het ritme, oogcontact, de houding, gezichtsuitdrukkingen, stiltes en gebaren. Denk aan adempauzes. Deze helpen de mondelinge tekst beter structureren. Adempauzes zijn zoals witruimtes in een geschreven tekst.
Ten tweede gaat een groot deel van onze mondelinge communicatie verloren. Want je gesprekspartner neemt maar een klein percentage van de informatie effectief op. We onthouden maar 17% van een gesprek.
Om ervoor te zorgen dat de gesprekspartner toch zoveel mogelijk begrijpt en onthoudt, kan je mondelinge communicatie ook onder het vergrootglas van klare taal houden. Klare taal-principes kunnen de 2 drempels van mondelinge taal overwinnen.
Dus bij mondelinge communicatie mogen we de klare taal-principes niet over het hoofd zien. Want ook je mondelinge communicatie is pas geslaagd als je gesprekspartner de relevante informatie hoort, begrijpt en het belangrijkste onthoudt.
Vaak gebeurt de vertaalslag automatischer dan bij geschreven taal. Alleen al maar omdat je de gezichtsuitdrukking ziet. Het is sneller duidelijk als je gesprekspartner iets niet begrijpt. Bij een gespreven tekst is het net daarom zo belangrijk dat we ons zoveel mogelijk inleven in en aanpassen aan de lezer en dat we vaker stilstaan bij de toegankelijkheid van juridische taal.
Ondanks de aandacht voor klare taal en de vele voordelen van klare taal, zowel voor schriftelijke als mondelinge communicatie, blijft verandering moeilijk en de weerstand groot.
Een onderzoek van Ensink en Nolta in Nederland toont dat mooi aan.[16] Ze herwerkten een arrest van de Hoge Raad in Nederland door typerende elementen weg te werken. Daarna vroegen ze aan een testgroep, vol met juristen, of de hertaling adequaat was. Enkele personen in de testgroep vonden dat er iets ontbrak in de herwerking. Maar wat voor hen ontbrak, was ook niet terug te vinden in het originele arrest. Hun opmerkingen stonden dus volledig los van de klare taal-principes. Daarnaast bleek dat velen de hele hertaling afbraken omwille van 1 nuanceverschil. Natuurlijk is het vanzelfsprekend dat de hertaling juist moet zijn. Maar als de testgroep een hertaling afwijst door 1 fout, dan zegt dat misschien meer over hun weerstand voor klare taal, dan over de klare taal-principes zelf.
Zoals in het begin van het artikel al staat, is onze juridische taal niet duidelijk genoeg en is er nog ruimte voor verbetering. Dit is niet hetzelfde als de juridische taal in de prullenmand kieperen. Maar onze juridische taal kan wel een klare taal-upgrade gebruiken.
Want als taal de belangrijkste tool is van een jurist, dan passen we die taal best aan aan de hedendaagse samenleving. En dat doen we niet alleen voor de rechtszoekenden, maar ook voor onze collega-juristen en -magistraten. Zodat het voor hen toch al duidelijk genoeg is. Want misschien is het een illusie dat het recht voor iedereen begrijpelijk kan zijn. Maar klare taal en juridische taal is een balans die mogelijk is en die moet nagestreefd worden.
Lisa Vanderhaeghe
Vzw Helder Recht Legal Info
September 2024
[1] Hoge Raad voor de Justitie, ‘Project Kruid: Breng het gerecht op smaak met een toegankelijke taal’, 14 maart 2018, (1)3, https://hrj.be/nl/publicaties/2018/project-kruid.
[2] Hoge Raad voor de Justitie, ‘Vijfde Justitiebarometer 2024: blik van de burger’, https://hrj.be/admin/storage/hrj/vijfde-justitiebarometer-2024-synthese.pdf.
[3] Hoge Raad voor de Justitie, ‘Project Kruid: Breng het gerecht op smaak met een toegankelijke taal’, 14 maart 2018, https://hrj.be/nl/publicaties/2018/project-kruid.
[4] JACOBS Q., ‘Weg met het juristentaaltje’, De Tijd 10 augustus 2024, https://www.tijd.be/dossiers/de-prullenmand-2024/de-prullenmand-weg-met-het-juristentaaltje/10559258.html (geraadpleegd op 16 oktober 2024).
[5] Colloquium ‘Begrijpelijke rechtstaal in 2016, verslag: https://taalunie.org/feeds/download/bw-begrijpelijke-rechtstaal-hr-digitaal-5ddd4.pdf/Begrijpelijke%20Rechtstaal/original.
[6] RvS 13 februari 2020, nr. 247.053.
[7] Hoge Raad voor de Justitie, ‘Project Kruid: Breng het gerecht op smaak met een toegankelijke taal’, 14 maart 2018, https://hrj.be/nl/publicaties/2018/project-kruid.
[8] HAUTEKIET J. en DE CRAEMER A., ‘Heerlijk helder: Weg met krommunicatie’, Polis, 2015, 60.
[9] Colloquium ‘Begrijpelijke rechtstaal in 2016, verslag: https://taalunie.org/feeds/download/bw-begrijpelijke-rechtstaal-hr-digitaal-5ddd4.pdf/Begrijpelijke%20Rechtstaal/original.
[10] Hoge Raad voor de Justitie, ‘Project Kruid: Breng het gerecht op smaak met een toegankelijke taal’, 14 maart 2018, https://hrj.be/nl/publicaties/2018/project-kruid.
[11] DE CLEIR L., LinkedIn april 2024, https://www.linkedin.com/posts/lucdecleir_recht-kun-je-nooit-helemaal-simpel-uitleggen-activity-7190975686604427264-rok4?utm_source=share&utm_medium=member_desktop.
[12] GwH 10 juli 2024, nr. 83/2024.
[13] Inspiratie gehaal uit : VERBURG A., ‘Begrijpelijke taal en juridisch correcte taal samen op één kussen? De duivel zit in de details’, Rechtsgeleerd Magazijn THEMIS 2020-5, 208-222.
[14] PUT G., ‘Klare taal: Afkicken van ambtenarees’, Politea, 2015.
[15] WINTERKAMP J., ‘Aan de slag met heldere taal’, Vakmedianet, 2016, 41.
[16] VERBURG A., ‘Begrijpelijke taal en juridisch correcte taal samen op één kussen? De duivel zit in de details’, Rechtsgeleerd Magazijn THEMIS 2020-5, 208-222.
Wilt u ook lid worden van de Jonge Balie en uw netwerk uitbreiden via leuke activiteiten?
Contacteer ons vandaag nog!
Jonge Balie Limburg dankt zijn sponsors voor hun steun.
Klik op ‘sponsor worden’ en we bezorgen u graag meer info.
Copyright Jonge Balie Limburg 2024